Als je geketend aan rotsdroge tranen zit
Zal ik de regen op je armen en je wimpers zijn
Als je in hoge woordennood en eenzaam bent
Zal ik je omhelzen en taal der ogen spreken
Als je vanuit de verte en in vrede komt
Doe ik mijn hoge poort vast open en laat de hangbrug neer
En kom je zonder enige verdediging diep binnen, elke keer
Als je je wapens neemt en van je af moet vechten
Sluit de poort zich razendsnel – de brug blijft wel –
Zodat je harde trappen mijn zachte ingewanden
Niet tot bloedens toe verwonden in ‘t dodelijk spel